Voortgezet onderwijs

Als uw kind naar het voortgezet onderwijs gaat, kan het kiezen uit verschillende schoolsoorten.

Deze keuze wordt gemaakt aan de hand van het advies van de basisschool. Naast het niveau van lesgeven, kan ook de manier van lesgeven per schoolsoort verschillen. Het ene niveau is niet per se beter dan het andere niveau. Het belangrijkste is, dat uw kind naar een school gaat waar hij of zij het best tot zijn of haar recht komt.

In Nederland kan uw kind na de basisschool kiezen voor het:
  • praktijkonderwijs
  • vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, waaronder mavo);
  • havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs);
  • vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs).
In de eerste leerjaren (de onderbouw) van al deze schoolsoorten moeten alle leerlingen voldoen aan de kerndoelen die door de rijksoverheid zijn opgesteld. Deze kerndoelen zijn voor alle schoolsoorten gelijk, alleen het niveau van de aangeboden lesstof verschilt. Daarna, in de bovenbouw,  komen er grotere verschillen. Het vwo duurt bijvoorbeeld langer dan de andere schoolsoorten. Het eindniveau van de schoolsoorten verschilt. Ook kan de manier waarop zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gevraagd wordt per schoolsoort verschillen.

Uw kind kan ook naar het voortgezet speciaal onderwijs.