Schoolsoorten in het v(s)o

Het voortgezet (speciaal) onderwijs

DE VERSCHILLENDE SCHOOLSOORTEN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS

Na de basisschool kan uw kind kiezen voor het:
  • praktijkonderwijs
  • vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, waaronder mavo);
  • havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs);
  • vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs).
In de eerste leerjaren (de onderbouw) van al deze schoolsoorten moeten alle leerlingen voldoen aan de kerndoelen die door de rijksoverheid zijn opgesteld. Deze kerndoelen zijn voor alle schoolsoorten gelijk, alleen het niveau van de aangeboden lesstof verschilt. Daarna, in de bovenbouw, komen er grotere verschillen. Het vwo duurt bijvoorbeeld langer dan de andere schoolsoorten. Het eindniveau van de schoolsoorten verschilt. Ook kan de manier waarop zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gevraagd wordt per schoolsoort verschillen.


DE CLUSTERS IN HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS

Uw kind kan soms beter op zijn plaats in het voortgezet speciaal onderwijs. Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs zijn bedoeld voor leerlingen met een lichamelijke, zintuigelijke of verstandelijke beperking en voor leerlingen met gedragsstoornissen.
De scholen zijn verdeeld in vier clusters:
  • Cluster 1 voor blinde of slechtziende kinderen
  • Cluster 2 voor kinderen met gehoor-, taal- of spraakproblemen
  • Cluster 3 voor verstandelijk of lichamelijk gehandicapte en langdurig zieke kinderen
  • Cluster 4 voor kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen